Geplaatst op: 14/06/2011
Als we een maatschappelijk en politiek debat over de strijd tegen drugs willen aanzwengelen, dan moeten een paar dooddoeners dringend de wereld uit, zegt Tom Decorte, professor criminologie aan de Universiteit Gent en directeur van het Instituut voor Sociaal Drugsonderzoek (ISD).

De afgelopen dagen bepleitten zowel Paul De Grauwe (DM 4/6) als het LVSV (DM 8/6) de legalisering van drugs, in de nasleep van het rapport van de Global Commission on Drugs Policy - een grote groep voormalige regeringsleiders. Ik onderschrijf hun argumenten volledig. Maar als men een breder debat wenst aan te zwengelen over een efficiënter drugsbeleid in België, dan wordt dat doorgaans snel gesmoord met populaire oneliners. Ik stip er enkele aan:
'Er is op mondiaal vlak geen politiek draagvlak voor legalisering.'
Sinds de jaren zeventig houden experten(panels) geregeld een pleidooi voor efficiëntere drugsbeleidsstrategieën, overal ter wereld: het Global Initiative for Drug Policy Reform, de Canadian Government Commission on Cannabis, de Amerikaanse National Commission on Marihuana and Drug Abuse, de Latin American Commission on Drugs and Democracy, enzovoort. De lijst van landen waar het failliet van de 'war on drugs' openlijk wordt erkend, wordt almaar langer. Steeds meer overheden zoeken op creatieve wijze naar een alternatieve koers. Ze opteren voor depenalisering (Groot-Brittannië, verschillende Amerikaanse staten), voor decriminalisering (een aantal Australische deelstaten), voor 'de facto legalisering' (Nederland, Duitsland), of 'de jure legalisering' (Canada, enkele VS-staten), of voor mengvormen. In Californië werd over een voorstel tot legalisering in 2010 een volksraadpleging gehouden: 46,2 procent stemde vóór. Volgend jaar komt het voorstel wellicht opnieuw op de agenda. Het draagvlak voor legalisering is groter dan sommigen willen geloven.
'De internationale verdragen laten geen radicale koerswijziging toe.'
Als voldoende landen zich terugtrekken, kunnen de verdragen heronderhandeld, opgezegd of geamendeerd worden, maar in het huidige internationale politieke klimaat inzake drugs zal dat niet gauw gebeuren. Belangrijker is dat landen (alleen of in groep) acties kunnen ondernemen: ze kunnen uit het verdrag stappen en er eventueel 'met een voorbehoud' weer in stappen. Ze kunnen argumenteren dat de omstandigheden waaronder ze het verdrag hebben ondertekend fundamenteel gewijzigd zijn. Er kan, voor cannabis bijvoorbeeld, een nieuw internationaal verdrag worden opgesteld. Men kan het middel in de bestaande tabaksverdragen inschrijven. Ten slotte kan een overheid simpelweg wetgeving produceren, of haar grondwet aanpassen, tégen de verdragen in. De VS, belangrijkste motor van de war on drugs, hanteren bijvoorbeeld het principe dat nationale wetgeving op verdragsteksten voorrang krijgt als er sprake is van conflicterende bepalingen.
'Voorstanders van legalisering pleiten voor een supermarktmodel.'
Alcohol, tabak en psychoactieve medicatie zijn in handen van multinationals, met commercialisering, sluwe marketing en 'branding' (adverteren, het zoeken naar nieuwe doelgroepen van consumenten, en het verdoezelen van de inherente risico's van deze middelen) als gevolg. Voorstanders van legalisering pleiten voor regulering: strikte overheidscontrole op de productie (hoeveelheid, hygiëne, sterkte van het product, en andere kwaliteitsnormen), op de distributie (dosering, verpakking, een bijsluiter met informatie over (neven)effecten, risico's, schadebeperkende tips...), op prijszetting (duur genoeg om misbruik te ontmoedigen, en goedkoop genoeg om het illegale circuit geen kans te laten), op de verkoop (gelicentieerde verkoopspunten, regels omtrent het aantal en de inplanting ervan). Ook gebruikers kunnen aan regels worden onderworpen (leeftijdsgrenzen, maximale hoeveelheid per aankoop of per periode, lidmaatschap van een specifieke club of groep, enzovoort). Het strafrecht kan onverminderd dienen om illegale verkoop of productie, het verstrekken van roesmiddelen aan geïntoxiceerde mensen, criminaliteit om drugs te verwerven, enzovoort te beteugelen.
'Legaliseren is een vorm van opgeven.'
De huidige aanpak is een waterbedstrategie: we proberen hier en daar een verschijningsvorm van het fenomeen te onderdrukken, maar het duikt even snel elders weer op, vaak in een andere verschijningsvorm. Een kwalijk gevolg is dat politie, justitie, hulpverleners én onderzoekers telkens moeten achterhalen waar en hoe het aanbod van en de vraag naar roesmiddelen zich manifesteren. Het geld van de belastingbetaler kan efficiënter worden besteed als we het gevecht met drugs met een ander wapen dan criminalisering voeren. Het zou mooi zijn als we dat debat eens een kans gunnen.
Bron: De Morgen