Geplaatst op: 06/09/2011
De verslaving aan een tas koffie is te wijten aan een gen dat ook een rol speelt bij verslavingen aan bijvoorbeeld morfine en cocaïne. Dat besluit een internationale groep onder leiding van het Erasmus Medisch Centrum in Molecular Psychiatry.
Ook de hoeveelheid koffie die iemand kan drinken is bepaald door de genen. De lever maakt eiwitten aan om de cafeïne uit koffie te verwerken. Deze eiwitten bepalen hoeveel koffie iemand kan drinken en verwerken.
De resultaten uit het onderzoek geven niet alleen inzicht in het verschil in koffieconsumptie tussen mensen. De gevonden genen blijken ook van invloed op aandoeningen als hoge bloeddruk en de ziekte van Parkinson.
"Patiënten met de ziekte van Parkinson blijken minder koffie te drinken", zegt Professor Cornelia van Duijn, hoofdonderzoekster en genetisch epidemioloog aan het Erasmus Medisch Centrum. "Ons onderzoek laat zien dat deze bevinding deels te verklaren is door een gezamenlijke erfelijke oorsprong. Een belangrijke vraag die het onderzoek oproept is of koffie drinken daadwerkelijk beschermt tegen de ziekte van Parkinson of dat de genen die bepalen dat je niet veel koffie inneemt ook toevallig de genen zijn die een rol spelen in processen in het lichaam die uiteindelijk tot de ziekte van Parkinson leiden. Dit vraagt om nader onderzoek."
Bron: EOS Magazine